Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. +31 495 712 033

Geen strafstoeltje? Wat dan wel?

09 maart 2015

Ik zie een huilend peutertje door een donker huis dolen. De camera schakelt over naar de masterbedroom, waar moeder verslagen op bed zit. Het beeld staat op mijn netvlies gegrift. Twee mensen, wanhopig verlangend naar troost en geborgenheid. Maar, dat is verboden. Ik kan het niet aanzien: tijd voor actie.

 

Iedereen kent haar, Jo Frost alia de Supernanny. De strenge dame die orde op zaken komt stellen in een gezin dat dringend verlegen zit om hulp. Wat we te zien krijgen zijn kinderen die schreeuwen, slaan, spullen kapot maken, schelden, enzovoort. En ouders die van alles geprobeerd hebben om dit te veranderen: negeren, terugschreeuwen, voorkomen of straffen. Conclusie: het heeft allemaal niet geholpen, de crisis duurt voort. En dus bellen we de Supernanny.

Het opvoedtrucje van Frost  is telkens hetzelfde: ongewenst gedrag negeren, positief gedrag belonen en negatief gedrag bestraffen. Dus introduceert zij huisregels waaraan iedereen zich dient te houden, maakt zij afspraken over de consequenties van gedrag en ‘benoemt’ zij de ouder(s)  tot politie-agent, met als alternatief voor eenzame opsluiting ‘het strafstoeltje’.

Ik zie de 3-jarige Scott roepen, schreeuwen, huilen omdat hij bij mama in bed wil. Ik zie zijn moeder het huilen negerend, hem telkens terug naar zijn bedje brengen, gesteund door de onvermurwbare Jo Frost. Ze motiveert moeder om vol te houden: ‘Je kan het!’ Uiteraard is deze show een sensatiespektakel dat kijkcijfers moet trekken en is er geen ruimte voor nuance. Echter we moeten ons realiseren dat zoekende ouders deze methode wél als voorbeeld zien en het gaan toepassen.

Wekelijks geef ik lezingen en studiedagen aan ouders, onderwijzers en kinderopvangpersoneel. Een populair thema is ‘Grenzen en regels’. Iets waar alle opvoeders dagelijks mee worstelen. De belangrijkste vraag: ‘Hoe zorg ik dat kinderen mijn regels gehoorzamen’. Het antwoord dat zij tot nu toe vonden kwam van Supernanny Jo. En waar ouders het hebben over ‘strafstoeltjes’, gebruiken professionele opvoeders een term die ogenschijnlijk vriendelijker lijkt maar hetzelfde inhoudt: de nadenk-stoel. Als ik dan halverwege de lezing roep dat we het strafstoeltje massaal de deur uit moeten gooien, zie ik geschokte gezichten in de zaal. Onthutst en verward vragen ouders: “Maar als een stoeltje niet mag, hoe moeten we onze kinderen dan sturen?” Hoe opvoeden moet weet ik ook niet, maar wat ik wel weet is dat het anders kan! Mijn antwoord is dus: “Door te luisteren naar wat kinderen niet zeggen”.

Misschien kruipt Scott bij mama in bed, omdat hij van zijn overspannen moeder overdag niet krijgt wat hij ’s nachts komt tanken: rust en geborgenheid. Misschien voelt Scott weggestopte behoeften van mama die hij wel kan voelen, maar niet kan duiden. Misschien wil hij zijn mama in deze moeilijke tijd warmte en troost geven, omdat hij zijn mama zo graag gelukkig ziet. Misschien kan Scott echt niet alleen slapen, omdat hij doodsbang is dat zijn moeder van hem gaat ‘scheiden’ net zoals zijn papa hem verlaten heeft. Misschien… want wie luisterde er naar het  verdriet van Scott? Wie hoorde de wanhoop achter zijn geschreeuw? We zullen het niet weten, want op die vragen kregen we geen antwoord.

Waar Scottie smeekte om veiligheid, houvast, erkenning, liefde en vertrouwen werd hij genegeerd en gestraft: afgewezen. Waar Jo Frost moeder wèl houvast en vertrouwen gaf, haar positief toesprak, vergat Jo moeder te leren luisteren naar de onuitgesproken behoeften van Scott. Telkens kiest de Supernanny voor afwijzing, terwijl mijn advies juist zou zijn: hechten, omhullen, bundelen, verbinden. Hoe moet dat dan concreet? Telkens wanneer Scott boos wordt, hou je hem dichtbij. Telkens wanneer Scott huilt, luister je naar zijn tranen. Telkens wanneer Scott claimt, eist of dwingt, stop je de terreur en neem je hem op schoot. Telkens wanneer hij er niet om vraagt maar het wel nodig heeft, vertel je hem hoe graag je bij hem bent, hoe fijn het is om zijn mama te zijn, hoe veel je van hem houdt.

Belonen we zijn ‘aandachtvragerij’ dan niet? Jazeker. Gelukkig heeft Scott nog voldoende eigenwaarde om te laten horen dat zijn behoeften ertoe doen. Scott vraagt aandacht. Het is aan ons om uit te vinden waarvóór. En wie kan dat beter dan zijn eigen mama, want zij heeft precies dezelfde verlangens.

Kijk: fouten maken doen we allemaal, ook moeders. Gelukkig, want het lijkt me vreselijk frustrerend voor een kind om perfecte ouders te hebben. Bij kinderen gaan dagelijks dingen mis: omvallende bekers, veters die na 8 keer strikken alwèèr los gaan, net iets te hard de koelkastdeur dicht gooien. Het is dus heel fijn voor kinderen als ouders minstens zoveel fouten maken. Daarom geef ik ouders vaak de tip: vertel jouw blunders aan je kind. Vooral als ze met hen te maken hebben: ‘Ik reageerde te snel’ of ‘Ik heb niet ècht naar je geluisterd’ of `Ik had gewoon geen zin om op te staan en zei daarom dat de hagelslag op was, maar dat was niet waar’ (een voorbeeldje uit  mijn eigen fouten-lijst). Weet je, de meeste kinderen reageren dan heel gevoelsmatig met: ‘Ach, dat is niet zo erg, mama.’ En die zin kan je dan misschien onthouden voor de momenten dat je zelf geneigd bent het strafstoeltje tevoorschijn te toveren.

Leave your comments

0
terms and condition.

Comments

  • No comments found